Te hard rijden en uw rijbewijs wordt ingenomen. Wat nu?

Gesteld dat u zodanig te hard rijdt dat uw rijbewijs wordt ingevorderd. U hoort dan pas na 10 dagen van het Openbaar Ministerie of u dit direct weer terugkrijgt. Is dit niet het geval, dan kan het zelfs nog een aantal maanden duren voor u uw rijbewijs terugkrijgt, zelfs al heeft u voor het eerst een dergelijke overtreding begaan.

Omdat wij begrijpen dat men tegenwoordig een rijbewijs nodig heeft in het dagelijks leven en hier soms zelf afhankelijk van is, dienen wij direct bij de rechtbank voor u een bezwaarschrift in tegen de inbeslagname. U moet er ter zitting rekening mee houden dat u kunt aantonen dat u uw rijbewijs geen dag kunt missen in verband met bijvoorbeeld uw werk. Ook dient er een redelijke verklaring te worden gegeven voor de overtreding van de maximum snelheid.

Het is raadzaam u in een dergelijke procedure te laten bijstaan door een van onze advocaten. Met de jarenlange ervaring op dit gebied, kan er een realistische inschatting van uw kansen plaatsvinden en een verweer op maat worden gevoerd.

Voor meer informatie neemt u vrijblijvend contact op met ons kantoor.

 Mr. H.A. van der Hout

Voormolen advocaten

Ontmantelingskosten hennepkwekerij voor rekening verhuurder?

Op 30 januari 2013 heeft de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een uitspraak gedaan over de vraag of ontmantelingskosten van een hennepkwekerij door de gemeente voor rekening van de huurder gebracht kunnen worden…

De situatie

De Stichting Mooiland Vitalis verhuurt een woning in Schiedam. In de woning wordt een hennepkwekerij ontdekt en op basis van bepalingen van de Woningwet en het Bouwbesluit heeft burgemeester en wethouders (B&W) bij wijze van bestuursdwang de hennepkwekerij ontmanteld. De kosten van toepassing van bestuursdwang, ruim € 1000, verhaalt de gemeente op de Stichting omdat die als overtreder van de genoemde wettelijke bepalingen wordt aangemerkt.

Unger & Hielkema Advocaten Lees verder

Zwijgrecht

Iedere verdachte heeft het recht om te zwijgen en is niet verplicht op vragen van de verhorende (politie)ambtenaar te antwoorden. Dit recht vloeit voort uit de gedachte dat een individu niet hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Als er tegen een individu “een redelijk vermoeden van schuld” van het plegen van een strafbaar feit is, wordt deze als verdachte aangemerkt en heeft deze het recht om te zwijgen.

Het zwijgrecht geldt tijdens het onderzoek door de politieambtenaren, maar ook ter zitting. De verdachte kan simpelweg weigeren vragen van de politieagent of rechter te beantwoorden, maar ook liegen of het beschermen van medeverdachten valt onder het beroep op het zwijgrecht.

Echter, soms kan men in een strafproces zowel verdachte zijn als getuige. Voor de betrokkene kan de lijn tussen het zijn van verdachte en/of getuigen zodanig vaag zijn, dat het moeilijk is in te schatten of er een beroep op het zwijgrecht kan worden gedaan.

In een recente zaak waarbij een minderjarige verdachte van diefstal die inmiddels was veroordeeld voor zijn aandeel, in de zaak van zijn medeverdachte als getuige was opgeroepen, gaf de minderjarige veroordeelde aan zich op zijn zwijgrecht te beroepen. Ondanks de mededeling van de rechter in kwestie dat dit niet mogelijk was als getuige, hield hij voet bij stuk. Hij werd ter plekke aangehouden op verdenking van meineed!

Had de betrokkene in kwestie vooraf zijn advocaat geraadpleegd, dan had hij geweten dat hem als getuige niet het zwijgrecht toekwam. Laat u zich dus in geval van een strafzaak tijdig informeren!

Bij Voormolen Advocaten kunt u voor strafrechtelijk advies terecht bij mr. H.A. van der Hout.